Het jaar vordert gestaag. De hoeveelheden aangewende meststoffen, de kern van het gebruiksnormenstelsel, liggen daarmee vast. Maar het is raadzaam om te kijken of er dit jaar nog aanvullende acties noodzakelijk zijn, zoals aanmelding fosfaatverrekening, het afsluiten van vervangende verwerkingsovereenkomsten (VVO’s) en het kopen/verkopen of leasen/verleasen van productierechten.
Afvoer mest
Het afvoeren van mest heeft feitelijk geen invloed meer op de uitkomst van de mestboekhouding. De afvoer gaat immers ten koste van de voorraad en vermindert niet de hoeveelheid aangewende mest. Wel kan afvoer van mest zin hebben als er nog niet is voldaan aan de mestverwerkingsplicht en/of er onvoldoende mestopslagcapaciteit aanwezig is.
Afvoer mest naar mestverwerking
Overschotbedrijven zullen moeten kijken of er voldoende mest is afgezet naar de mestverwerking (incl. export) of dat er voldoende mest is afgezet via één van de uitzonderingen (bijv. afzet in de regio). Let er daarbij op dat de juiste opmerkingscodes zijn gebruikt op de vervoersbewijzen, zodat de RVO weet dat er sprake is van mestverwerking. Houd ook rekening met niet-realistisch hoge gehalten in de afgevoerde mest.
Wanneer onvoldoende mest is verwerkt, is het afsluiten van een VVO een alternatief voor afvoer naar een mestverwerker. De verwerkingsplicht wordt dan tegen vergoeding overgedragen aan een andere veehouder. De verwerkingsovereenkomst moet uiterlijk 31 december 2026 ingediend worden bij RVO.
Fosfaatverrekening
Wanneer er dit jaar teveel fosfaat uit dierlijke mest is aangewend op bouwland, kan men zich aanmelden voor fosfaatverrekening. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
- De aanmelding moet uiterlijk 31 december 2026 plaatsvinden;
- De verrekening geldt alleen voor bouwland;
- De maximale overschrijding is 20 kg fosfaat per hectare bouwland. Bij een grotere overschrijding kan geen fosfaatverrekening worden toegepast;
- Het teveel aan fosfaat moet volgend jaar gecompenseerd worden.
Productierechten
Het is ook van belang om te controleren of er voldoende productierechten (fosfaat-, pluimvee- of varkensrechten) beschikbaar zijn, of dat er nog rechten moeten worden aangekocht of geleased. Mogelijk heeft u niet alle beschikbare rechten dit jaar nodig. In dat geval kunt u overwegen om een deel van de rechten te verkopen of te verleasen.
Bij de overdracht van fosfaatrechten vindt normaal gesproken een afroming van 30% plaats. Er bestaat echter een mogelijkheid om maximaal 100 kg fosfaatrechten per kalenderjaar afromingsvrij te leasen. Dit maximum geldt per ontvangende landbouwer. Een verhuurder mag dus meerdere porties van 100 kg afromingsvrij aan verschillende landbouwers verleasen.
Bij de overdracht van pluimvee- en varkensrechten vindt op dit moment geen afroming plaats.