Op landbouwgrond op zand- en lössgronden moest in de periode 2023 tot en met 2026 één keer een rustgewas geteeld worden. Vanaf 2027 gaat een geheel nieuwe periode van vier jaar gelden. Dit blijkt uit de schriftelijke antwoorden van de minister op LVVN op Kamervragen. Dit betekent dus niet dat als in 2023 voor het laatst een rustgewas is geteeld, dit in 2027 verplicht is. Ook dan geldt dat er uiterlijk in 2030 wederom een rustgewas geteeld moet worden.
Let op! Bij het vaststellen van het bouwplan moet verder nog wel gekeken worden of aan de gewasrotatie-eisen (GLMC 7) van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid wordt voldaan.
Doel maatregel
De maatregel is bedoeld om de bodem- en waterkwaliteit te verbeteren. Rustgewassen kunnen bijdragen aan een betere bodemstructuur, meer organische stof en een efficiëntere benutting van stikstof. Dat is vooral van belang op zand- en lössgronden, waar nutriënten relatief gemakkelijk kunnen uitspoelen.
Gevolgen voor bouwplan
Bij wisselende gebruikers van percelen is het belangrijk goed te kijken of er een rustgewas is geteeld. De gebruiker in het vierde jaar is verantwoordelijk wanneer er geen rustgewas is geteeld.
Uitbreiding lijst met rustgewassen
Aan de lijst met rustgewassen zijn de volgende gewassen toegevoegd gedurende het eerste jaar van de meerjarige teelt: bos- en haagplanten, buxus, ericaceae, laanbomen en parkbomen (onderstammen), rozenstruiken inclusief zaailingen en onderstammen, sierconiferen, sierheesters en klimplanten, snijgroen, trek- en besheesters, vaste planten en vruchtbomen (moerbomen, onderstammen en overige vruchtbomen). In het eerste jaar zijn deze teelten beoordeeld als niet-uitspoelingsgevoelig. Daarnaast worden deze teelten in dit eerste jaar niet gerooid, omdat ze meerdere jaren staan. Om deze redenen worden deze teelten alleen als rustgewas aangewezen in het eerste jaar van een meerjarige teelt.